V: Weidevogelkerngebieden zijn op de kaart groen gekleurd, waar is deze kleuring op gebaseerd?
A: Deze kaart is samengesteld aan de hand van tellingen van voorgaande jaren.
V: Nog bezwaarprocedure mogelijk tegen de kaart?
A: Nee, de kaart is met het gebiedsplan reeds vastgesteld.
V: Hoe is de verdeling van vergoedingen tussen de beheerders in een gebied?
A: Alleen beheerders die een SAN-overeenkomst afsluiten, en dus zwaar beheer aangevraagd hadden, krijgen een vergoeding. Indien er anderen een bijdrage leveren om tot een goed resultaat te komen, kan de beheerder een deel van de vergoeding overdragen.
V: Wanneer is een gebied aaneengesloten?
A: Een gebied is aaneengesloten als het niet wordt doorsneden door een weg van meer dan 5 meter breed, een sloot van meer dan 25 meter breed, een geëlektrificeerde spoorbaan of hoogspanningsleidingen.
V: Hoe kom ik er achter of er samenwerking mogelijk is?
A: U kunt aansluiten bij de dichtsbijzijnde agrarische natuurvereniging of weidevogelkring of samenwerken met de eigenaren van aangrenzende percelen.
V: Mag er een stukje land in het gebied zitten van iemand die niet meedoet?
A: Ja, mits de percelen van deelnemers wel aan elkaar grenzen.
V: De minimale grootte voor een samenwerkingsverband is 100 ha. Stel je hebt 50 ha en je doet al aan weidevogels, maar de buren willen niet samenwerken. Kom je dan nog in aanmerking?
A: Als samenwerken echt geen optie is, kunt u een zogenaamde weidevogelparel aanvragen, mits u voldoet aan de voorwaarden.
V: Hoe kan ik het aantal weidevogels bewijzen? Hoe kom ik aan weidevogeltelgegevens?
A: Hiervoor kunt u alle aannemelijke telgegevens zolang deze maar niet door inventarisaties e.d. is verkregen door de aanvrager zelf. Bijvoorkeur zijn het tellingen van BMP, BFVW, Sovon. U kunt hiervoor o.a. contact opnemen met de dichtstbijzijnde vogelwacht, eventueel via de BFVW (Bond van Friesche Vogelwachten).