Inleiding
Op het melkveebedrijf van de heer Agema in Kollumerpomp bestaat de weidevogelbescherming uit het beschermen van nesten en het bieden van opgroeimogelijkheden aan kuikens, afgestemd op het aanliggende weidevogelreservaat De Gruyts. Voor een deel van de maat-regelen wordt gebruik gemaakt van weidevogelpakketten uit SAN.
Sinds 2002 maken ook onbemeste randen deel uit van de beschermingsmaatregelen. Op een groot deel van het grasland wordt een drie meter brede rand aan weerszijden van de sloot niet bemest en pas met de tweede snee in juni gemaaid. Na vier jaar verschralen begint de vegetatie in de randen kruidenrijker en lager productief te worden, waardoor ze in de loop van mei/juni goed toegankelijk zijn voor weidevogels.
Om een objectieve maatstaf te hebben voor de effectiviteit van de onbemeste graslandranden heeft Altenburg & Wymenga het gebruik van de graslandranden door weidevogels onderzocht.
Onderzoek
Voor het relatieve belang van de onbemeste graslandrand als nestplaats worden alle weidevogels onderzocht. Voor het meten van het broedsucces en het bepalen van het gebruik van onbemeste graslandranden door de kuikens richt het onderzoek zich alleen op de Grutto en de Tureluur.
Resultaat
De Kievit, Grutto, Scholekster, Tureluur, Graspieper, Gele kwikstaart, Kuifeend, Krakeend, Slobeend en Zomertaling zijn aangetroffen in het studiegebied. Geen van de weidevogelsoorten heeft een duidelijke voorkeur voor broeden in de onbemeste graslandrand t.o.v. het midden van het perceel. Grutto, Kievit, Scholekster en Slobeend hebben een voorkeur voor het broeden in het midden van een perceel.
In het gebied met agrarisch mozaïkbeheer hebben de kuikens van de Grutto en de Tureluur een voorkeur voor de rand ten opzichte van het midden van het perceel. De dichtheid van Grutto- en Tureluurkuikens in het beheerstype 'Rand' is significant hoger dan in de beheerstypen 'Maaien begin mei' en 'Maaien begin juni', maar niet significant hoger dan in de be-heerstypen 'Maaien eind juni' en 'Reservaat'.
Voor de Gruttokuikens vervullen de randen hun functie vooral tijdens de eerste driekwart van de opgroeiperiode, met nam in de perioden dat er veel gemaaid wordt. Vanaf half juni verschuift de voorkeur van de kuikens naar hergroeiend gras dat eind mei is gemaaid en naar het reservaat. Tureluurkuikens maken gedurende de hele opgroeiperiode veel gebruik van de randen. Daarnaast is plasdras zeer in trek en maken ze half mei ook relatief veel gebruik van beweid grasland en na half juni van ongemaaid gras.
Een artikel over het onderzoek zal gepubliceerd worden door Altenburg & Wiemenga ecologisch onderzoek.
Bron: Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv